naar top
Menu
Logo Print

Olie en gas blijven nog decennialang belangrijke rol spelen

Shell is al jaren bezig met ontwikkelingen die een bijdrage moeten leveren aan de energietransitie. Ewald Breunesse sprak tijdens het eerste Trends & Technology Symposium over energiebesparing, de rol van hernieuwbare energie en mogelijkheden om fossiele brandstoffen zo verantwoord mogelijk te gebruiken. Want daarover is de multinational duidelijk: het gaat komen, het móet ook komen, maar het ís nog niet zover. Olie en gas zullen zeker de komende decennia nog een belangrijke rol blijven spelen.

 

 

"Er moet nog héél veel gebeuren voordat we de hoeveelheid CO2-uitstoot zodanig hebben teruggedrongen dat het klimaatakkoord van Parijs een succes kan worden genoemd"

Ewald Breunesse, Manager Energie Transities bij Shell
Ewald Breunesse, Manager Energie Transities bij Shell

Energietransitie geeft niet alleen aan dat 'we' gaan overstappen van fossiele naar duurzame energiebronnen. Het is het beleidsdoel van de internationale gemeenschap dat is vastgelegd in het klimaatakkoord van Parijs. Na veel overleg zijn de deelnemende partijen overeengekomen dat de temperatuurstijging op aarde beperkt moet blijven tot 2 °C. Dat kan onder meer via een drastisch verminderde CO2-uitstoot. Bijvoorbeeld door energie te besparen en door fossiele brandstoffen zoveel mogelijk te vervangen door duurzame varianten zoals zonne- en windenergie. Ook slimme technieken, zoals het afvangen en opslaan van CO2 moeten daarbij helpen. Daarnaast geeft Shell in zijn zogeheten Sky Scenario aan dat we ook maatregelen moeten doorvoeren om CO2-uitstoot te compenseren, bijvoorbeeld door herbebossing.

 

ENERGIE-INTENSIEF LAND

Op het Trends & Technology Symposium dat Shell in maart 2018 organiseerde, vertelde onder anderen Ewald Breunesse, Manager Energie Transities, over de stappen die Shell al heeft genomen en de daarbij horende toekomstvisie. “Er zijn enkele belangrijke feiten waarmee we rekening moeten houden", meent hij. “Ten eerste: er moet nog héél veel gebeuren voordat we de hoeveelheid CO2-uitstoot zodanig hebben teruggedrongen dat het klimaatakkoord van Parijs een succes kan worden genoemd."

"Ten tweede is Nederland een energie-intensief land. Dat komt niet omdat wij zo verspillend zijn maar omdat wij per vierkante kilometer relatief veel activiteiten ontwikkelen. Meer dan je verwacht op dit beperkte oppervlak. We zijn bijvoorbeeld nummer twee met betrekking tot de export van landbouwproducten en we behoren tot de meest geïndustrialiseerde landen ter wereld."

"Daarbij komt dat slechts een zeer beperkt aantal bedrijven - rond de twaalf - zo'n beetje driekwart van onze industriële CO2-uitstoot voor zijn rekening neemt. Hiertoe behoort ook Shell Nederland, met zijn raffinaderij in Pernis en chemiecomplex in Moerdijk. Wij willen wat dat betreft zéker onze verantwoordelijkheid nemen en een bijdrage leveren aan het (fors) verlagen van deze uitstoot. Aandachtspunt daarbij is dat de te nemen maatregelen zowel economisch als sociaal en milieutechnisch verantwoord zijn. Nu én in de toekomst. Mensen zijn nu eenmaal niet graag bereid om in te leveren qua comfort en welvaart."

 

VOOR ONSZELF EN VOOR ANDEREN

Shell zelf richt zich in eerste instantie vooral op het verlagen van de CO2-emissies die gepaard gaat met de eigen productieactiviteiten. Breunesse: “Dit doen we onder meer door de geproduceerde CO2 uit Pernis via een pijpleiding te voeren naar het nabijgelegen kassengebied, waar deze grondstof juist nodig is om planten goed te laten groeien. Voorheen verbrandden tuinders aardgas om te kunnen voldoen in hun CO2-behoefte wat natuurlijk 100% 'zonde' is."

Voorts probeert Shell het energieverbruik van al zijn gebouwen zo ver mogelijk te verlagen. Daarbij distribueert het bedrijf zijn restwarmte naar de omliggende gebouwen voor verwarmingsdoeleinden. Breunesse: “Een activiteit waarin we al relatief ver zijn. Gemeenten streven naar een warmtenet dat in de toekomst moet lopen van Rotterdam tot zeker aan Leiden en Zoeterwoude. Andere ontwikkelingen liggen in het gebruik van waterstof en ammoniak voor de opslag van energie, en uiteraard wordt geïnvesteerd in duurzame energiebronnen zoals wind- en zonne-energie. Bij Shell Moerdijk wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een groot zonnepark met ruim 50.000 panelen. Daarbij bekijken we per regio wat de slimste oplossingen zijn. Zo zullen we in IJsland meer bereiken met geothermie dan in Nederland, waar windenergie dan weer een hoog potentieel heeft."

 

 

"Olie is bijvoorbeeld nog altijd de belangrijkste grondstof voor de productie van onze kunststoffen, kolen blijven onmisbaar voor de productie van staal, en gas blijft een belangrijke grondstof voor kunstmest."

 

 

Vraag en energieverbruik van Nederland in 2013. De transportsector biedt mogelijkheden voor  CO2-reductie

 

Figuur 1: Vraag en energieverbruik van Nederland in 2013 - de transportsector biedt mogelijkheden voor
CO2-reductie

VIJF SECTOREN

Naast 'de hand in eigen boezem steken', ontwikkelt Shell ook voor zijn klanten uiteenlopende oplossingen om de CO2-uitstoot terug te dringen. Figuur 1 toont de vijf belangrijkste sectoren wanneer het gaat om de afname van energie. De concrete waarden zijn afkomstig uit 2013, maar de verdeling van de energie over de sectoren is vergelijkbaar met deze tijd. Het overzicht geeft aan dat 16% van de totale hoeveelheid geproduceerde energie - zowel fossiel als duurzaam - voor rekening komt van mobiliteit en transport, 16% voor de gebouwde omgeving (waarbij opvalt dat 74% bestemd is voor verwarming!), 18% voor de industrie (waar slechts 24% van de hoeveelheid gebruikte energie elektrisch is), 24% als grondstof en 26% voor overig. “Hieruit kun je afleiden dat de sectoren een verschillende potentieel bieden voor CO2-vermindering", zegt Breunesse. “Olie is bijvoorbeeld nog steeds de belangrijkste grondstof voor de productie van onze kunststoffen en niet heel eenvoudig en 1:1 te vervangen door andere grondstoffen. Er zijn zeker ontwikkelingen gaande op het vlak van bijvoorbeeld biokunststoffen, maar we zijn nog lang niet zover dat dit de lading dekt. Kolen zijn nog steeds onmisbaar voor de productie van staal terwijl gas een belangrijke grondstof is voor kunstmest; een product dat weer onmisbaar is voor de land- en tuinbouw die in Nederland sterk zijn vertegenwoordigd."

 

Shell lubricant research
Shell voert onder meer technologisch onderzoek uit naar schonere brandstoffen en smeermiddelen die de efficiëntie van motoren verhogen

POTENTIEEL IN DE TRANSPORTWERELD

Breunesse ziet meer potentieel in de transportwereld met de ontwikkeling van schonere brandstoffen en smeermiddelen die bovendien bijdragen aan een hogere efficiëntie. Een belangrijke technologische ontwikkeling in dat kader betreft de GTL-technologie. GTL staat voor Gas To Liquids en houdt in dat er van aardgas uiteindelijk vloeistoffen worden gemaakt zoals smeer- en transformatorolie. Aan de introductie in 2011 is een ontwikkeling voorafgegaan die enkele decennia duurde. De eerste toepassing was in transformatoren, waarna verder is gegaan met de ontwikkeling van producten voor de automotive en industrie.

De synthetische producten gebaseerd op GTL hebben van zichzelf verschillende voordelige eigenschappen. Zo vertonen ze veel minder de neiging tot schuimen, kunnen ze sneller lucht afscheiden en hebben ze van nature een relatief stabiele viscositeit binnen een breed temperatuurgebied. Binnen de automotive dragen deze producten vooral bij aan een betere smering en hierdoor hogere efficiëntie. Bovendien is de uitstoot lager en schoner.

Binnen de automotive zorgen GTL-producten voor een betere smering en hogere efficiëntie, en een lagere en minder vervuilende uitstoot

De voordelen hangen onder andere samen met het feit dat deze olie dunner is dan gebruikelijke producten in de automotive, en dát is weer mogelijk door verbeterde motoren waarvan de oppervlakken veel gladder zijn. Een dunnere olie zal hier niet leiden tot extra slijtage.

Breunesse: “Kortom, er moet nog veel gebeuren, maar we zijn op de goede weg. Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt en bereid is om samen te werken, kunnen we misschien meer dan we zelf denken."

 

GEBRUIK OLIE EN GAS NEEMT WERELDWIJD TOE

Hoewel Nederland stappen neemt richting het verminderen van olie- en gasverbruik, ziet het wereldplaatje er heel anders uit. Shell heeft berekend dat olie en gas de komende twintig jaar zeker nog een prominente rol zullen spelen in de energievoorziening. Wereldwijd verwacht het bedrijf dat het energieverbruik in 2100 ongeveer het dubbele is van 2010 door de groei van zowel de bevolking als de welvaart. Rond die tijd zal verreweg de meeste energie worden opgewekt uit zon en wind, maar tót dat jaar zal - vooral in de eerste helft van deze eeuw - het gebruik van fossiele brandstoffen alleen nog maar toenemen. Daarbij wordt een piek voor olie verwacht rond 2025 en voor gas rond 2035. Dit heeft vooral te maken met opkomende industrieën, waaronder China en India.

Eerste editie Trends & Technology Symposium
Het eerste Trends & Technology Symposium werd druk bezocht door een gemêleerd gezelschap van klanten en eindgebruikers. Klik op de afbeelding voor een verslag over dit symposium op de website van NPT

 

SHELL

SHELL

WEENA 70
3012 CM ROTTERDAM
+31104415000
-