naar top
Menu
Logo Print
30/08/2018 - ING. M. DE WIT – BLOK

NIEUW ONTWERP NEDERLANDSE PRAKTIJKRICHTLIJN 7910

Biedt ondersteuning bij het maken van ATEX gevarenzone-indeling

Wanneer uit een risico-inventarisatie en -evaluatie blijkt dat zich mogelijk een explosiegevaar kan voordoen op een arbeidsplaats, moet de ATEX-richtlijn worden toegepast. Dit document vereist direct in het begin om de omgeving op te delen in zogenaamde gevarenzones. In Nederland is hiervoor gebruik te maken van praktijkrichtlijnen NPR-7910-1 voor gasexplosiegevaar en NPR-7910-2 voor stofexplosiegevaar. Op basis van technische ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht werden er begin 2018 nieuwe ontwerpen gepubliceerd, waarin diverse veranderingen zijn doorgevoerd.

 

ATEX
Werkzaamheden uitvoeren in een ATEX-zone vraagt om specifieke kennis en ervaring

NAUWKEURIGE ZONE-INDELING

De praktijkrichtlijnen NPR-7910-1 en NPR-7910-2 bieden de gebruiker handvatten om de gevarenzone-indeling zo goed mogelijk aan te laten sluiten op het werkelijke explosiegevaar. Het loont de moeite deze gevarenzone-indeling nauwkeurig te maken. Hoe gevaarlijker immers de zone, hoe zwaarder de te treffen maatregelen zijn, waarmee ook meer kosten zijn gemoeid. Het is dus belangrijk dat zones niet onnodig zwaar worden gecategoriseerd. Aan de andere kant is de nauwkeurigheid net zo belangrijk in het kader van veiligheid: wanneer een zone eigenlijk zwaarder is dan wordt geclassificeerd, betekent dit een onveilige situatie voor mens en omgeving, waarvan de gevolgen verstrekkend kunnen zijn.

 

WIJZIGINGEN NPR 7910-1: OMGEVINGEN MET GASEXPLOSIEGEVAAR

Per 1 februari 2018 is een nieuw ontwerp van de NPR 7910-1 (voor gasexplosiegevaar) gepubliceerd, even later gevolgd door een nieuw ontwerp van de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor stofexplosiegevaar. We zetten hier de belangrijkste wijzigingen op een rijtje.

Beoordeling explosierisico's

De nieuwe paragraaf 4.5.2 betreft de beoordeling van de explosierisico's. Hierin wordt aangegeven dat een risicoanalyse kan uitwijzen dat in een bepaalde gevarenzone materieel kan worden toegepast met een hoger of juist lager beschermingsniveau dan de gevarenzone oorspronkelijk zou verplichten. Daarmee mag het betreffende bedrijf dus afwijken van de standaard-EPL-gevarenzone-voorschriften (zone 0 = EPL Ga; zone 1 = EPL Gb; zone 2 = EPL Gc).

Brandbare nevels

Het explosiegevaarlijke mengsel 'brandbare nevel' is ondergebracht onder een nieuw paragraafnummer en omvat extra voorbeelden die ook zijn beschreven in een document van het Energy Institute, versie 2015 (EI15). Dit omdat gebleken is dat het fenomeen ook optreedt bij vloeistoffen met een hoger vlampunt, die hiermee een explosieve atmosfeer kunnen vormen.

Inert gebied

Ook werd een nieuwe gevarenzone geïntroduceerd onder de naam 'inert gebied'. Deze zone wordt beschreven in paragrafen 5.1 en 11.2 en is toegekend aan gebieden waarin geen zuurstof aanwezig is.
ATEX-deskundige ir. Andries Brakke van IAB Ingenieurs geeft aan: “De toevoeging van het inert gebied is in mijn optiek uitsluitend extra ballast. Een gebied kan door inertisering een andere zoneklasse krijgen, of zelfs NGG, maar de nieuwe aanduiding IG voegt op zich niets toe."

Arbeidshygiënestrategie

In de volledig nieuwe paragraaf 5.2.1 wordt uitgelegd hoe ontwerpers en constructeurs al bij het ontwerp van een installatie moeten onderzoeken hoe groot de kans is dat er brandbare stoffen vrijkomen. Op basis van deze kennis kan men vervolgens de juiste maatregelen nemen.

ATEX bij installatie
Niet alleen machinebouwers maar ook installateurs hebben te maken met ATEX bij de installatie van losse machines of complete lijnen

Kwalificatie personeel

Zoals eerder aangegeven, is het maken van een correcte zone-indeling om meer redenen van belang. In de nieuwe paragraaf 5.2.4 staat dan ook dat de gevarenzone-indeling moet worden gemaakt door personen met kennis van zaken. Hierbij wordt gerefereerd aan IECEx05 (hierin zijn de regels vastgelegd voor het certificeren van de competenties van personeel dat in een explosieve omgeving werkzaam is of werkzaamheden verricht die voor de veiligheid in een dergelijke omgeving van belang zijn), module Ex 002.

Continue gevarenbronnen

Dan zijn de voorbeelden van de continue gevarenbronnen uitgebreid met onder meer de binnenzijde van tanks en vloeistofoppervlakken die in directe verbinding staan met de atmosfeer. Door expliciet deze bronnen weer te geven, is de kans aanzienlijk kleiner dat zij als potentiële bron over het hoofd worden gezien en bijbehorende maatregelen vergeten.

Geen gevarenbron

In paragraaf 7.5.1. gaan de schrijvers in op onderdelen die niet als gevarenbron worden beschouwd. Andries Brakke: “Hiermee wordt het begrip 'Technisch Dicht' geïntroduceerd; een begrip dat ook in de Duitse normgeving wordt gebruikt, en hier nog meer in detail beschreven. Een belangrijke term in het kader van explosieveiligheid omdat technisch dichte installaties onder bepaalde voorwaarden niet als gevarenbron worden beschouwd en hiermee buiten de gevarenzone vallen. Een essentieel puntje hierbij is ventilatie. Er is nu voorgeschreven dat de lucht zonder kunstmatige ventilatie altijd in één uur volledig moet zijn ververst."

Gewijzigde zoneafmetingen bij kunstmatige plaatselijke ventilatie

Ventilatie komt ook aan bod in tabel 7, die gewijzigde afmetingen van de gevarenzone omvat waar het kunstmatige plaatselijke ventilatie betreft. Hierbij geeft de tabel aan dat de afmetingen van de gevarenzone bij kunstmatige plaatselijke ventilatie met voldoende beschikbaarheid en voldoende capaciteit niet alleen het plaatselijke afzuiggebied betreft, maar een gebied van r1 = 1 m, 7 m of anders bepaald.

Effect van openingen

In de daaropvolgende tabel - tabel 8 - in paragraaf 10.3.4 zijn toevoegingen opgenomen met betrekking tot de omvang van een zone; dit geldt bij openingen van type A, B en C. Openingen zijn in het kader van explosieveiligheid van belang omdat openingen in de zones - in muren, plafonds en vloeren - een nieuwe gevarenbron aan de andere zijde introduceren.

Afwijkend gebied

In paragraaf 11.1 werd een aanpassing opgenomen die aangeeft dat een afwijkend gebied niet mag grenzen aan een gevarenzone. Eerder stond deze informatie al in de NPR 7910-1:2001 maar die was er later weer uitgehaald. Een herintroductie dus.

Werkzaamheden in ATEX-Zones

Tot slot is hoofdstuk 14 aangevuld met enkele aandachtspunten die betrekking hebben op het uitvoeren van werkzaamheden in ATEX- zones. Zo staat hier dat ook bij werkzaamheden in een ATEX-zone 2 de gasconcentratie continu moet worden gemeten (tenzij hiervan gemotiveerd kan worden afgeweken). Ook is een nieuwe paragraaf toegevoegd over werkzaamheden die worden uitgevoerd in of aan een geopende installatie. Tot slot geeft de nieuwe paragraaf 14.6 de ins en outs van veilig werken middels een procedure (werkvergunning).

 

ATEX en mechanische componenten
Ook mechanische componenten vragen om aandacht met betrekking tot explosieveiligheid, bv. in het kader van warmteontwikkeling of statische elektriciteit

WIJZIGINGEN NPR 7910-2: OMGEVINGEN MET STOFEXPLOSIEGEVAAR

Kort na het verschijnen van de NPR 7910-1 werd ook het nieuwe ontwerp van de NPR 7910-2 gepubliceerd. Ook hier is het van belang dat betreffende bedrijven zich goed op de hoogte stellen van de voorgenomen wijzigingen, aangezien bij de eerstvolgende revisie van het Explosieveiligheidsdocument ook de nieuwe versie van de norm moet worden meegenomen. Verschillende wijzigingen komen overeen met de NPR 7910-1 en worden kort behandeld. Andere aanpassingen betreffen uitsluitend de stofexplosiegevaren.

Beoordeling explosierisico's

Naar analogie van de NPR voor gasexplosiegevaar is binnen de NPR voor stofexplosiegevaar een nieuwe paragraaf ingevoegd over de beoordeling van explosierisico's.

Arbeidshygiëne

Hetzelfde geldt voor de taak van de ontwerper die moet onderzoeken wat de kans is op het vrijkomen van brandbare stoffen. In het kader van stofexplosiegevaar is het vooral belangrijk te onderzoeken op welke plaatsen poeders kunnen vrijkomen, en moet rekening worden gehouden met het feit dat ook kleine lekkages uiteindelijk leiden tot de opbouw van gevaarlijke stoffen. Dit in tegenstelling tot lekkages van gassen die - wanneer de lekken klein genoeg zijn - zullen vervliegen.

Duidelijke indeling

De nieuwe paragraaf 5.2.2 geeft aan dat het in sommige situaties handig kan zijn om een gebied met veel gevarenbronnen als één grote zone te beschouwen. Wanneer er verschillende zones binnen dit gebied voorkomen, wordt de zwaarste zone gehanteerd. Andries Brakke: “Hoewel het op zich een praktisch voorstel is, waarschuw ik wel dat bedrijven voorzichtig moeten zijn met het te groot en te zwaar maken van zones, omdat dit enorme (financiële) consequenties kan hebben."

Kwalificatie personeel

Evenals bij gasexplosiegevaarlijke zones moet ook hier de gevarenzone indeling worden uitgevoerd door personen met verstand van zaken en wordt gerefereerd aan IECEx05, module Ex 002.

ATEX en onderhoud
Onderhoud en inspectie aan mechanische apparatuur vereisen speciale aandacht in ATEX-omgevingen

Beschrijvingen gevarenbronnen

Exclusief voor gasexplosies zijn de aanpassingen in paragraaf 5.5.3.2 die aangeven dat een 'dubbel uitgevoerde flexibele verbinding' niet wordt aangemerkt als gevarenbron. Hetzelfde geldt voor filterzakken. Hierbij is door goed ontwerp, beproeving, monitoren, goede constructie, goed onderhoud en goede bedrijfsvoorvoering de kans op het vrijkomen van een brandbare stof verwaarloosbaar klein.

Inert gebied

Bij de NPR voor stofexplosiegevaar wordt eveneens de nieuwe gevarenzone Inert Gebied geïntroduceerd.

Stoflagen

Uiteraard belangrijk in het kader van stofexplosiegevaar is de uitbreiding van paragraaf 5.7.2.2. Zo zijn hier de gevaren van stoflagen uitgewerkt en worden de gevaren van secundaire explosie, brand en een explosie van opgewervelde stofwolken uitgelegd. Hiermee wordt het begrip en bewustzijn vergroot.

Presentatie en rapportage

In de uitbreiding van paragraaf 7.1 wordt stapsgewijs gewezen op specifieke punten die moeten worden gedocumenteerd bij het maken van een gevarenzone indeling. Ten opzichte van de vorige NPR zijn er vele extra punten benoemd.

Afmetingen gevarenzone

Tot slot vermeldt Andries Brakke dat de berekening van de afmetingen van een gevarenzone met stuifgetallen niet meer is opgenomen. Uitsluitend de praktijkinspectie wordt beschreven. Andries Brakke: “Het is niet onaardig om de voorstellen door te lezen en eventuele opmerkingen terug te koppelen naar NEN. Op deze manier blijft het een praktische NPR." 

 

WETTEN OF NIET?

De ATEX-richtlijn is een wettelijke richtlijn; hieraan zijn bedrijven dus wettelijk verplicht te voldoen. Dit geldt niet voor NPR 7910-1 en -2. Dit zijn zogenaamde Nederlandse praktijkrichtlijnen en dienen dus uitsluitend als Nederlandstalig handvat om aan de wet- en regelgeving te voldoen. Wanneer bedrijven met andere manieren en methodes hun zone-indeling willen maken, kan dat dus ook, mits zij hiermee uiteindelijk aan de ATEX-richtlijn voldoen. Goede alternatieven zijn bijvoorbeeld de internationale richtlijnen IEC 60079-10-1/-2.