naar top
Menu
Logo Print
07/05/2019 - ING. M. DE WIT-BLOK

NIEUWE DIRECTEUR VOOR TU DELFT PROCESS TECHNOLOGY INSTITUTE

Prof. Ruud van Ommen neemt stokje over van prof. Andrzej Stankiewicz

Andrzej Stankiewicz was zeven jaar geleden een van de initiatiefnemers van het TU Delft Process Technology Institute - kortweg DPTI - en de eerste directeur. Het eerste instituut van de TU Delft is opgericht om de versnipperde beschikbaarheid van kennis over chemische technologie op de campus samen te brengen en studenten beter voor te bereiden op de toekomst waarin vakgebieden elkaar (multidisciplinair) moeten versterken om aan de maatschappelijke vraagstukken invulling te kunnen geven. Dit jaar draagt hij het directeurschap over aan Ruud van Ommen. Wat is er bereikt en wat zijn de nieuwe plannen?

 

Prof. Andrzej Stankiewicz (links) geeft de fakkel als DPTI-voorzitter door aan Prof. Ruud van Ommen. Praktisch gezien heeft Van Ommen het voorzitterschap al overgenomen. De officiële overdracht zal echter plaatsvinden op 13 juni tijdens het jaarlijkse Van ‘t Hoff symposium
Prof. Andrzej Stankiewicz (links) gaf de fakkel als DPTI-voorzitter door aan prof. Ruud van Ommen - officiële overdracht op 13 juni tijdens het jaarlijkse Van ‘t Hoff symposium

 

Prof. Andrzej Stankiewicz
Prof. Andrzej Stankiewicz

DPTI was in 2012 een splinternieuw instituut dat zich volledig richt op het vakgebied procestechnologie. De eerste directeur werd Andrzej Stankiewicz. Afgestudeerd als chemisch technoloog, gepromoveerd in Warschau en verder onder meer coauteur en editor van het eerste boek ter wereld over procesintensificatie.

“De procestechnologische gemeenschap in Delft is niet alleen de oudste, maar ook altijd de grootste geweest. Dat betekent dat er hier enorm veel kennis beschikbaar is, varierend van nanotechnologie tot grootschalige industriele processen”

“Het instituut was een logische stap in de geschiedenis. De procestechnologische gemeenschap in Delft is namelijk niet alleen de oudste, maar ook altijd de grootste in Nederland geweest wanneer we kijken naar het aantal gerelateerde leerstoelen. Dat betekent dat er hier enorm veel kennis beschikbaar is, variërend van nanotechnologie tot grootschalige industriële processen. Door de verspreiding van het grote aantal leerstoelen over twee faculteiten en vijf afdelingen werd er op het vlak van Procestechnologie echter niet optimaal samengewerkt. Daar wilden we veranderingen in brengen. Zowel voor de studenten en de onderzoekers als het gezicht naar de buitenwereld."

IMAGO EN ONDERWIJS

Stankiewicz en zijn team lieten er geen gras over groeien en binnen een jaar was een eerste groot(s) event opgezet dat direct een jaarlijks karakter kreeg. Dit event start met een openbaar toegankelijk avondprogramma waarin een topspreker (zoals een Nobelprijswinnaar) een lezing houdt (de Jacobus van 't Hoff Lecture), waarna de volgende dag volledig wordt ingevuld door het interne DPTI-symposium.

Een begin was gemaakt met het verbeteren van het imago van de procestechnologie en de interne coherentie in Delft. Ook het onderwijs zelf kreeg uiteraard de nodige aandacht. Stankiewicz: “Om de samenhang tussen het curriculum van Procestechnologie en de andere faculteiten te duiden, is een speciale portal ingericht die deze relatie weergeeft. Daarnaast is een Summer School opgezet en is op verzoek van het bedrijfsleven het initiatief genomen voor de ontwikkeling van een cursus Procestechnologie voor niet-procestechnologen. Hier kunnen mensen uit aanpalende vakgebieden hun kennis over procestechnologie bijspijkeren om zo onder andere processen die al op laboratoriumschaal werken, te kunnen opschalen naar productierijp."

Successen en showcases

Met de ontwikkeling van bovenstaande initiatieven op het vlak van samenwerking, onderwijs en imago, gecombineerd met een tomeloze inzet van het hele team, heeft het DPTI als eerste instituut binnen de TU Delft in slechts zeven jaar grote stappen gezet. Een van de meest aansprekende successen (én showcases) was de oprichting van e-Refinery. Een consortium dat de chemische en energie-industrie helpt te elektrificeren en decarboniseren. Het doel is om de omschakeling van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare grondstoffen en elektriciteit binnen deze industrieën te ondersteunen.

Inmiddels zijn de eerste promovendi binnen de e-Refinery aan de slag gegaan. Voor sommige processen is elders op labschaal al het nodige onderzoek gedaan, bijvoorbeeld voor het omzetten van kooldioxide in brandstoffen en grondstoffen voor de chemische sector en het koppelen van water en stikstof tot ammoniak, maar dit blijft vaak beperkt tot kleine schaal. Met andere woorden, de 'Technology Readiness' is nu nog te laag voor industriële toepassingen. De e-Refinery heeft zich als doel gesteld om over ongeveer 4 jaar een kleine proefinstallatie (ca. 100 kW) voor de conversie van CO2 naar koolwaterstoffen op de campus te hebben staan.

Researchincubator

Met dergelijke initiatieven fungeert het DPTI inmiddels als broedplaats waar nieuwe onderzoekslijnen worden opgezet die zijn afgestemd op de uitdagingen van de toekomst. Binnen deze lijnen werken studenten uit vier faculteiten in multidisciplinaire teams samen waarbij programma's en projecten worden ontwikkeld die onder meer (financieel) worden ondersteund door o.a. NWO, de EU en het bedrijfsleven. Stankiewicz: “Het uiteindelijke doel van de verschillende programma's en projecten is dat een deel hiervan doorgroeit naar zelfstandigheid. Spin-offs die goede ideeën zodanig verder uitwerken dat ze uiteindelijk commercieel kunnen worden toegepast en een bijdrage kunnen leveren aan de huidige en toekomstige maatschappelijke vraagstukken."

NIEUWE DIRECTEUR

Het DPTI zit inmiddels in de tweede financieringsperiode van vijf jaar en stevent af op een derde. Voor goedkeuring hiervan vanuit het College van Bestuur moeten echter eerst nieuwe plannen worden opgesteld en goedgekeurd. Een goed moment wat Stankiewicz betreft om het directeurschap over te dragen aan een opvolger. “Ik heb bijna de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Natuurlijk kan ik tot de laatste dag blijven zitten, maar door nú het zadel vrij te maken voor nieuw bloed, heeft diegene nog 2,5 jaar de tijd om met nieuwe ideeën te komen en die onder te brengen in nieuwe plannen met bijbehorende begroting."

Ruud van Ommen
Prof. Ruud van Ommen

De nieuwe directeur vond hij in Ruud van Ommen. Hoogleraar binnen de afdeling Chemical Engineering die een focus heeft op onder andere poedertechnologie, ontwerpen van reactoren, elektrificatie van de procesindustrie, start-ups en het opschalen van nanotechnologie.

“Procestechnologie is bij uitstek de discipline die opschaling beheerst, een samenwerking tussen nanotechnologie en procestechnologie en andere vakgebieden is dus cruciaal”

“Ik heb wel even na moeten denken voor ik 'ja' zei op de vraag om nieuwe directeur te worden. Wanneer je immers iets doet, moet je het goed doen, en dat betekent dat ik voldoende tijd beschikbaar moet hebben om dit team te leiden. Anderzijds hebben we nu een team waarvan de leden ongelooflijk goed met elkaar samenwerken. Ik hoef dus zeker niet alles alleen te doen of mensen voortdurend 'op te jagen'.

Daarbij draagt de nieuwe structuur bij aan een goede verdeling van de benodigde tijd om het instituut optimaal en maximaal te laten draaien. Zo is er een duidelijke taakverdeling gemaakt waarbij de teamleden niet meer gekoppeld zijn aan 'hun' afdeling, maar aan een overkoepelende taak. Een reorganisatie op inhoud dus. Daarbij ben ik verantwoordelijk voor valorisatie en het leiden van de groep en liggen er andere taken op het vlak van interne samenwerking, onderwijs, pr en onderzoeksfinanciering. Deze nieuwe structuur geeft onder andere meer ruimte om te groeien. Waar DPTI eerst drie afdelingen van twee faculteiten bundelde, is er inmiddels ook interesse getoond vanuit afdelingen die zich bezighouden met onder andere industriële ecosystemen en waterbehandeling."

TOEKOMST

Formeel gezien heeft Van Ommen het directeurschap al op zich genomen. De ceremoniële overdracht zal echter plaatsvinden op 13 juni tijdens het jaarlijkse Van 't Hoff symposium.

“Altijd goed om hier een officieel tintje aan te geven en de aandacht voor het instituut opnieuw te prikkelen", geeft Van Ommen aan. “Daarbij kunnen we in elk geval kort terugblikken op de inmiddels behaalde successen zoals deze bijvoorbeeld zijn behaald binnen de e-Refinery en onze hoge positie in de internationale rankings, maar zullen we vervolgens vooral de nadruk leggen op de vijf thema's die de komende jaren onze expliciete aandacht krijgen: farmaceutische en voedingsmiddelenindustrie, energie, waterbehandeling, materialen en vastestof- en vloeistofmechanica. Ieder thema wordt geleid door drie 'trekkers' die vaak nog aan het relatieve begin staan van hun wetenschappelijke carrière. Hun taak is om de juiste mensen bij elkaar te krijgen om invulling te kunnen geven aan het thema binnen het instituut en uiteraard hopen we daarbij weer op het doorgroeien van initiatieven tot uiteindelijk zelfstandige initiatieven."

Nanotechnologie

Highlights voor de toekomst wil Van Ommen ook wel voorzichtig geven. “Uiteindelijk is natuurlijk ieder thema belangrijk, maar zelf zie ik voor de toekomst een expliciete rol weggelegd voor geavanceerde materialen gebaseerd op nanotechnologie die oplossingen gaan bieden voor de 'grand challenges'. Daar werk ik onder andere in mijn eigen onderzoeksgroep aan. Denk hierbij aan Li-ionbatterijen, coatings voor windturbines, zonnecellen gebaseerd op quantum dots, medicijnen die gecontroleerd de werkzame stoffen afgeven met veel minder bijwerkingen, waterzuivering met behulp van fotokatalyse, banden met lagere rolweerstand (dus minder brandstofverbruik) enzovoorts.

Veel van deze geavanceerde materialen zijn gebaseerd op nanostructuren, wat betekent dat ze zijn gemaakt met nanotechnologie. Om de oplossingen echter grootschalig te kunnen toepassen en hiermee een mogelijkheden te genereren om de eerdergenoemde 'grand challenges' het hoofd te bieden, is het belangrijk dat we kunnen opschalen. Blijven steken op de schaal van 1 mg of 1 mm² zet geen zoden aan de dijk. Procestechnologie is bij uitstek de discipline die opschaling beheerst: een samenwerking tussen nanotechnologie en procestechnologie (en andere vakgebieden) is dus cruciaal."

Andrzej Stankiewicz hoort het enthousiasme van Van Ommen tevreden aan. Zijn 'kindje' is in goede handen; wetend dat het altijd terug kan vallen op de kennis en ervaring van zijn founding father. 

 

Lees hier een interview met Ruud van Ommen over de opschaling van nanotechnologie.

Lees hier een uitgebreid artikel over het e-Refinery project.